Hun verzwegen oorlog
Autobiografische oorlogsgetuigenissen van eerstejaars studenten direct na de bevrijding

2026
Ter nagedachtenis van Enno Endt, mijn leraar, mentor en vriend (1923-2007), eerstejaars student Nederlands en ASC-lid in 1945-46
Opgedragen aan de zeer sterken die ik heb kunnen spreken: Bob Baardman (1928-2024), Jan Beiboer (1928-2025), Haim Elte (nu Chaim Elata), Joop Goudsmit, Chris Oosterhuis (1926-2025), Benjamin Sanders (1927-2024), Rob Scheller, Bob Dickhout 1. die ik pas op 20-1-2026 leerde kennen dankzij de onvolprezen rubriek '100 jaar' van de Volkskrant en Jan van Stijgeren, allen eerstejaars in 1945-1946 of 1946-1947, en aan Rob Heiden Heimer, hun generatiegenoot en boezemvriend van Daan Kan, die geen lid was van het ASC, maar van de Zionistische Studentenvereniging.
Jacques Presser in gesprek met Philo Bregstein:
“Een van de interessantste kanten van een ego-document is vaak wat men niet zegt…”, zei hij opeens, daarmee kennelijk ook doelend op zijn eigen ego-document 2. Gesprekken met Jacques Presser, gevoerd door Philo Bregstein. Amsterdam, 1972, p. 9
En zo is mijn leven de laatste jaren geworden grotendeels door de oorlog, maar ook door de bevrijding: verward, zonder levensdoel
Jan Kattenwinkel in zijn 'Levensbeschrijving' van januari 1946 3. 1215 (1222), nr. 79
Oekraïens soldaat in gesprek met Tommy Wieringa: Pas als je tot rust komt, word je gek.
4. Column in de Volkskrant d.d. 18-12-2025, p. 19
Antoon: Als ik maar doorbeuk, hoef ik het verdriet niet aan te kijken.
5. Interview in Het Parool d.d. 17-1-2026

Ontgroening september 1946 in NIA Sarphatistraat 3, beneden. Met dank aan Arno Habermann
Foto voorblad: ontgroening in januari 1946 in NIA, Sarphatistraat 3, zolder. Met dank aan Chris Oosterhuis en Jan Beiboer
Op deze pagina's ontvouwen zich de aangrijpende levensverhalen van jongens die vlak na de bevrijding in Amsterdam gingen studeren en lid wilden worden van het Amsterdams Studenten Corps (ASC). Ze waren jaren verstoken geweest van een normale omgang met vrienden. Ze wilden lol maken en alle ellende achter zich laten. Vrijwel niemand wilde praten over wat men had meegemaakt, maar deze aankomende eerstejaars studenten hebben er wel over geschreven. Het ASC vroeg hun namelijk een autobiografie van vier kantjes te schrijven, waarin de oorlog besproken moest worden.6. De originelen bevinden zich in het Stadsarchief Amsterdam. 73 van de in totaal 348 autobiografietjes zijn hier opgenomen.
Nadat zij deze ene keer bijna volkomen eerlijk hun pijnlijke ervaringen op papier hadden prijsgegeven, hebben de meesten van hen er de rest van hun leven het zwijgen toe gedaan.
Zoals eerder in De verzwegen oorlog de Indische Nederlanders werden geëerd, in de roman Verzwegen oorlog duizenden geëvacueerde Limburgers een stem werd gegeven en in Verzwegen oorlogsjaren het lot van de ruim 11.000 Nederlandse soldaten die in Duitse krijgsgevangenschap gezeten hadden werd beschreven, breng ik hier een hommage aan al die mensen die hun pubertijd in oorlogstijd doorbrachten en als jonge adolescenten gingen studeren.
Hieronder vindt u een namenregister waarin de namen van de protagonisten vet zijn afgedrukt: dit zijn de jongens uit wier autobiografieën ruim geciteerd is. Als u op een naam klikt, krijgt u de vindplaatsen te zien. Als u geen resultaat of geen bevredigend resultaat vindt, kunt u naam, plaats of begrip invullen en doorklikken.
Achterin deze website is bovendien een lijst opgenomen met alle ASC-leden die in 1945 en 1946 aankwamen.
Helaas komt er geen boek: het bleek te ingewikkeld en pijnlijk om een (voor een boek noodzakelijke) keuze te maken tussen al die verschillende verhalen en levens. Maar hier kunt u van a tot z het hele 'boek' lezen. Een kleine donatie om deze website te financieren en te onderhouden zou ik heel aardig vinden.
Als u aanvullingen, bezwaren of verbeteringen wilt aangeven, gebruik dan alstublieft het contactformulier. Bij de opening van de tentoonstelling over het Joods Lyceum in het Stadsarchief Amsterdam op 19 maart 2026 werd deze website openbaar gemaakt. Tot die tijd hebben alle betrokkenen de gelegenheid gekregen gehad om een eerste versie - nog niet op het web te vinden - in te zien, die hen in de gelegenheid stelde bezwaren kenbaar te maken, zodat onwenselijke foto's of fragmenten niet voor eeuwig op het web zouden rondslingeren.